Interview Pieter Hasekamp, directeur-generaal fiscale zaken bij MinFin

Pieter Hasekamp (ministerie van Financiën): “Op dit moment staat Nederland er goed voor, zeker qua overheidsfinanciën”.

 

Pieter Hasekamp werkt als directeur-generaal voor fiscale zaken bij het ministerie van Financiën. Hierbij is hij, samen met een team van rond de 150 personen, verantwoordelijk voor het maken van het beleid en de wetgeving voor alle belastingen in Nederland en de douane en voert hij de internationale onderhandelingen met betrekking tot deze onderwerpen. “Mijn functie raakt de volledige breedte van de maatschappij, alle sectoren, bedrijven en burgers. Wat ik doe heeft maatschappelijke impact en dat maakt het heel interessant”, aldus Hasekamp. In dit interview vertelt hij over de ontwikkelingen in Nederland en zijn rol hierin. 

 

Met welke specifieke taken houdt u zich voornamelijk bezig en wat is uw rol daarin?

Dat kan heel erg verschillen. Soms gaan dingen vanzelf helemaal goed, dan hoef ik er nauwelijks aan te pas te komen. In andere gevallen ben ik het aanspreekpunt voor de buitenwereld (voor bedrijven en maatschappelijke organisaties). Een voorbeeld: Vorig jaar hebben we een verhoging van het lage btw-tarief gehad. Dit raakt niet alleen bepaalde sectoren, maar hebben we ook gebruikt om lastenverlichting voor werkenden te kunnen faciliteren. Ik was toen degene die in overleg ging met MKB Nederland, organisaties van belastingadviseurs en consumentenorganisaties. 

 

Wat zijn op dit moment de grootste uitdagingen? 

Omdat het stelsel continu onderworpen is aan ontwikkelingen, bestaat het perfecte stelsel niet. De kunst is om het zo simpel en begrijpelijk mogelijk te maken en te blijven inspelen op veranderingen. Denk hierbij aan belastinghervorming. Hierbij moeten we terug naar de tekentafel om het systeem voor een deel te herstellen. 

 

Wat zijn de projecten waar u momenteel verschil in maakt en trots op bent?      

Dit is vrij breed. Deels het klimaatakkoord waar ook veel fiscaal beleid in zit.. Denk hierbij aan de autobelastingen: “Hoe zorgen we ervoor dat meer mensen elektrisch gaan rijden?”. Maar ook CO2-heffingen voor de energiemaatschappijen en de industrie. Een ander punt waar ik mij mee bezig houd is de aanpak van belastingontduiking. Denk hierbij aan de Panama Papers. Nederland is in het verleden vaak gebruikt als doorvoerhaven naar het belastingparadijs. We zijn momenteel bezig met het invoeren van bronbelasting; zo willen we voorkomen dat geldstromen onbelast richting een belastingparadijs gaan. Verder zijn we bezig met lastenverlichting voor de burgers en de invoering van het twee schijvenstelsel in combinatie met een aantal andere maatregelen om het systeem wat eenvoudiger te maken. 

 

Bent u bang dat er binnenkort een crisis uitbreekt omdat de rente nu zo laag wordt gehouden?

Internationaal gezien zijn er wat tekenen dat het minder gaat, of dit met de rente te maken heeft staat ter discussie. De rente is misschien meer een reactie daarop. Wat zorgwekkend is zijn alle signalen over handelsoorlogen, daar heeft Nederland last van. Tegelijkertijd gaat het hier relatief gezien nog steeds heel erg goed, ook ten opzichte van buurlanden zoals Duitsland. Nederland staat er goed voor, zeker qua overheidsfinanciën. Hierdoor kunnen we lastenverlichting geven en investeren in bijvoorbeeld veiligheid. Echter, moeten we ons natuurlijk voorbereiden op een periode dat het weer wat minder goed gaat. Maar gelukkig hebben we door het aantal jaren dat het wél goed ging buffers op kunnen bouwen en kunnen we wel een stootje hebben. 

 

Bestaan er, naast het opbouwen van buffers, nog andere manieren waarop Nederland en het bedrijfsleven zich kunnen voorbereiden op een mindere periode?

Ik denk dat het opbouwen van buffers het belangrijkste is. We hebben nu een lage staatsschuld en een overschot op de begroting. Dit betekent dat als het straks minder gaat, belastingen niet meteen verhoogd of bezuinigd moeten worden. Je kan doorgaan met verstandig beleid en er is hier ruimte voor. De kunst is om weg te blijven van kortetermijnmaatregelen en een focus te houden op een gezond structureel beleid. 

 

In hoeverre wordt u geïnspireerd of kijkt u naar bepaalde ontwikkelingen in het buitenland? 

Voor het belastingstelsel kijken we ook naar andere landen. Denk hierbij aan Scandinavië. Qua opleidingsniveau en mentaliteit zijn Scandinavische landen goed vergelijkbaar met Nederland. In Nederland hebben we het initiatief genomen om samen met andere landen vliegbelasting in te voeren. Als je echt iets wilt doen voor het klimaat is het effectiever als je dit samen doet met andere landen en ideeën uitwisselt. 

 

In hoeverre geven de huizenprijzen een indicatie over hoe het gaat met de economie van een land? 

Je ziet dat de huizenprijzen stevig mee bewegen met de economie en een redelijke goede indicator vormen. Tot 2008 was het een tijd lang ‘Hosanna’. Daarna kwam een forse dip in de huizenmarkt, waardoor veel mensen met een hypotheek onder water stonden. Nu gaat het alweer een aantal jaren goed. Maar dit is wel per regio verschillend. Amsterdam reageert bijvoorbeeld anders dan Groningen. Er zijn meerdere factoren die meespelen; wordt er bijvoorbeeld genoeg gebouwd en wat zijn de prikkels die daarbij horen. 

 

Wat zijn uw verwachtingen met betrekking tot de internationale markt en de Brexit?

De effecten van de Brexit kan niemand voorspellen, het enige wat we kunnen doen is ons daar zo goed mogelijk op voorbereiden. Op mijn terrein is dat in eerste instantie op de douane, zij worden stevig geraakt. Samen met deze organisatie hebben we de verschillende scenario’s geschetst en in kaart gebracht wat er allemaal moet gebeuren om het in goede banen te leiden. Toen de Brexit eraan dreigde te komen zijn wij met de douane en de belastingdienst in overleg gegaan over wat er allemaal moest gebeuren om dit in goede banen te leiden. Komt de Brexit er, dan moeten we er bijvoorbeeld voor zorgen dat er voor Nederlandse burgers zo min mogelijk verandert en zij zoveel mogelijk hun rechten behouden. Wordt het een no deal, dan is tijdige overgangswetgeving noodzakelijk.

 

Wat zijn uw verwachtingen voor 2020? 

Ik ben een optimist en verwacht vooral positieve veranderingen te zien met betrekking tot de projecten die dit jaar in gang zijn gezet. Komend jaar moeten mensen bijvoorbeeld echt iets gaan merken van lastenverlichting, denk hierbij aan de lasten op arbeid. Hetzelfde geldt voor de aanpak van belastingontwijking. Verder blijven we ons ook focussen op vergroening in Nederland en gaan we al voorbereidingen treffen voor een op nieuw kabinet. 

 

Wat is de grootste les die u tot nu toe in uw carrière heeft geleerd?

Dat je je moet richten op waar je goed in bent. Als je begint met werken heb je vaak het idee dat je alles moet kunnen, maar na verloop van tijd kom je erachter dat je in bepaalde dingen beter bent, focus je daarop. Je moet vooral doen waar je lol in hebt en energie uit haalt. 

 

Ten slotte: Waarom heeft u zich aangesloten bij de Big Improvement Day?

Omdat ik in twee dingen geloof. Ten eerste in innovatie. De BID is een inspiratie op het gebied van vernieuwing in Nederland en heeft een positieve insteek. Hier kunnen we als overheid op in spelen. Ten tweede geloof ik erg in de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de wetenschap. Op BID komen deze partijen samen en samen kunnen we het verschil maken. Met deze unieke combinatie is de BID een evenement waar wij ons graag bij aansluiten.