Jaap Uijlenbroek: ‘Maatschappelijke problemen vragen om grensoverscheidend werken. De BID faciliteert dat.’

Jaap Uijlenbroek werkt al 20 jaar als rijksambtenaar. Momenteel is hij werkzaam als bijzonder adviseur bij Binnenlandse Zaken Koninkrijksrelaties én zet hij zich in voor positieve veranderingen in de samenleving door middel van zijn betrokkenheid bij de BID. We spraken hem over de aankomende editie.

Hoe belangrijk vindt u de BID?
“Het leuke van de BID is dat het mensen bij elkaar brengt die elkaar anders niet zouden tegengekomen in het reguliere werk. Ik denk dat dat de kracht van het concept is. Als je mensen bij elkaar brengt die elkaar anders niet zouden ontmoeten, dan ontstaan er nieuwe innovatieve ideeën. Het leidt tot vragen en inzichten die je anders niet zou krijgen, dat vind ik er zo leuk aan. Het gaat om het stimuleren van creativiteit en daaruit zal altijd wel iets nieuws ontstaan.”

U bent nauw betrokken bij het nationaal vertrouwensdiner, waarom?
“Ralph merkte goed op dat er een grote afstand is tussen de top in het bedrijfsleven en de ambtelijke top. Ik word mij er ook steeds bewuster van dat zowel de overheid als het bedrijfsleven niet in hun eentje de maatschappelijke problemen kunnen oplossen. Daar is een -grensverleggende- samenwerking vanuit beide partijen voor nodig. De vertrouwensdiners – die een keer in de paar maanden worden gehouden- brengt mensen vanuit verschillende disciplines met elkaar in gesprek om een concreet maatschappelijk vraagstuk te bespreken. Er zijn twee vraagstukken aan de orde geweest: de transitie naar de plantaardige voedselindustrie en de integratie van nieuwe Nederlanders, of dat nou arbeidsmigranten of asielzoekers zijn. Beide thema’s hebben een grote impact op de maatschappij. Doordat de aanwezigen een multidisciplinair team vormen, worden de thema’s vanuit verschillende invalshoeken belicht. Dit zorgt ervoor dat de vraagstelling beter begrepen wordt en ieder elkaars uitgangspunt beter kan begrijpen, zodat er ook weer nieuwe inzichten kunnen ontstaan en doelgericht actie kan worden ondernomen.” 

De transitie in de plantaardige voedingsindustrie?
“Om een duurzame toekomst te realiseren zal er een wereldwijde transitie moeten plaatsvinden van het huidige op vlees gerichte voedingssysteem, naar plantaardige alternatieven. Deze alternatieven zijn beter voor het milieu, voorkomen logischerwijs dierenleed én zijn gezond voor de mens. LIVEKINDLY Collective speelt hierin een belangrijke rol. Deze organisatie bouwt aan een collectief van kwalitatieve plantaardige voedingsmerken, breidt de distributie hiervan uit en zorgt dat de producten wereldwijd beschikbaar zijn om de switch van personen over de hele wereld makkelijker te maken. Maar dit is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Ga eens na: wat maakt dat de plantaardige voedingsindustrie achterstand heeft ten opzichte van de dierlijke industrie? Hoe trek je dat gelijk? Dat is veel meer dan wet- en regelgeving, het is ook een cultuurverandering want dierlijke voeding is een manier van leven voor veel mensen. Niet alleen voor de consument, maar ook voor de producent; boeren hebben hun hele levensstijl en business erop gebaseerd. Het is een grote verandering om daar zomaar vanaf te stappen. We moeten ons afvragen: hoe kun je een boer, die aan de basis staat van de dierlijke voedingsindustrie, een volwaardig alternatief bieden binnen de plantaardige voedingsindustrie? De opbrengst moet gelijkwaardig of misschien zelfs beter zijn dan bij de dierlijke industrie. We moeten een alternatief businessmodel creëren. Het is nodig om de transitie te ondergaan in de basis van voedingsindustrie, om echt een verandering te maken.”

Waarom denkt u dat het meer de verantwoordelijkheid is van de producent?
“Het is geen of of verhaal, het is en en. De producent en de consument spelen beiden de hoofdrol in dit verhaal. Daarnaast speelt de regelgeving een cruciale rol. Richting de consument zijn al meerdere initiatieven opgezet zoals Veganuary, Ali B wordt Ali V, Week zonder Vlees, etc. Daarnaast is de fundamentele discussie over wet- en regelgeving ook al gaande; een lange termijnstrategie die voornamelijk vanuit Brussel gestuurd ‘bevochten’ wordt. Dan valt er ook nog terrein te winnen bij de producenten: de economische prikkelingen, waarbij de shift van dierlijke- naar plantaardige voeding aantrekkelijker wordt.”

Waarom denkt u dat het zo belangrijk is?
“Deze hele ontwikkeling gaat door en vanuit het Nederlands belang wil je deze boot niet missen. Dat betekent dat je als samenleving hierop aangesloten wil zijn. Hoe kun je ook in Nederland de transitie naar de plantaardige voedingsindustrie maken? Het is belangrijk om mee te denken en mee te helpen, zonder te oordelen over goed of slecht; het is geen keuze tegen het dierlijke, maar het gaat om het stimuleren van het plantaardig.”

Heeft u nog voorspellingen over de markt?
“Ik heb er geen eigen voorspellingen over, maar je hoeft geen helderziende te zijn om te zien dat het een groeimarkt is. Het krachtige van LIVEKINDLY Collective is de verbinding met de milieulast en de duurzaamheid vraagstukken. Iedereen weet dat de dierlijke voedselindustrie groot beslag op het milieu legt. Een heel groot thema, waarvan het belang alleen maar toeneemt. Door goede alternatieven te bieden, hoop je dat mensen bewuster in het leven gaan staan en bewuster gaan zijn van hun handelen op de omgeving. Door de komst van het coronavirus, zien we hierin al een toename.”


Wat is uw BID boodschap voor 2021?
“In onze samenleving heb je samenwerkingen nodig die ‘traditionele’ grenzen overgaan en een brede blik bieden op de vraagstukken in de samenleving, en de BID kan daar een hele goede bijdrage aan leveren. Ik denk dat het leuk is dat de BID, ondanks corona, alsnog wordt vormgegeven. Laten we hopen dat we in mei een goede fysieke bijeenkomst kunnen hebben. Er zit een grens aan digitale ontmoetingen, fysieke bijeenkomsten zijn ook nodig.”