Pieter Waasdorp; Alleen ga je snel, maar samen kom je verder.

Pieter Waasdorp, directeur Ondernemerschap bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Corona heeft zijn tijd het afgelopen jaar voor een groot deel opgeëist. Waasdorp hield zich onder andere bezig met de regelingen voor ondernemers, zoals de eerdere versies van de TVL en het recente TOA. Zijn voornaamste taak is namelijk om ondernemerschap te stimuleren. Wij spraken Pieter Waasdorp over zijn positie als directeur Ondernemerschap, zijn rol als jurylid van de BID Phoenix Award, de invloed van corona op ondernemers, en waarom de BID en haar netwerk belangrijk is voor het ministerie van EZK.

Wat houdt u op dit moment bezig?

“Wat doet corona met de ondernemers? Hoe kun je nou zorgen dat ondernemers toch aan financiering kunnen komen? En hoe kun je daar als overheid het beste op inspelen? Vragen die niet alleen spelen bij de ondernemers zelf maar ook bij ons. Dat is waar we mee bezig zijn. Wij willen klaar staan voor de ondernemers en zorgen dat zij door deze moeilijke tijd heenkomen. Wanneer een onderneming in zwaar weer verkeert en haar schulden niet meer kan betalen, is er ondersteuning als onderdeel van het time out arrangement (TOA) beschikbaar. Ondernemers worden geholpen bij het vinden van oplossingen voor hun schulden en de focus ligt daarbij op het bevorderen van akkoorden met schuldeisers. Hierbij worden de schulden gesaneerd en wordt een faillissement voorkomen. Dit is waar wij ons veel mee bezig houden.”

Wat drijft u in uw werk?

“Ik vind ondernemers fantastische mensen. En als directeur ondernemerschap is het mijn taak om ondernemers zo goed mogelijk te helpen. Dit is niet hetzelfde als op de stoel van de ondernemer te gaan zitten. Wat we wel doen is het leven van ondernemers makkelijker maken, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van financiële regelingen zoals microfinanciering via Qredits waarvan onlangs het 25.000e krediet is uitgereikt. Zo kunnen zij ondernemen, waardoor er prachtige dingen ontstaan. Ondernemers hebben vaak allerlei ideeën en zelfs oplossingen voor maatschappelijke problemen en dat hebben we nu meer dan ooit nodig. Doordat de horeca en de retail geforceerd dicht moesten, werd het wel een beetje stil in de samenleving. Toch zijn er veel ondernemers die op eigen initiatief iets organiseren en regelen zodat het voor hunzelf en de samenleving toch te doen is. Dat soort ondernemerschap drijft mij elke dag weer. Tevens zie ik ook hoe zwaar de ondernemers het hebben die deze optie minder of helemaal niet hebben. Die realisatie drijft mij ook om het beste eruit te halen, juist voor die ondernemers.”

Spreekt u ook ondernemers die in een moeilijke situatie zitten?

“Er zijn ongeveer 1 miljoen ondernemers in Nederland en ik kan ze natuurlijk niet allemaal te woord staan. Daarom spreek ik vooral met verschillende organisaties, waaronder de Kamer van Koophandel (KVK), die met elkaar alle informatie proberen te verzamelen voor en over ondernemers. Toen deze crisis net losbarstte begonnen we meteen contact te leggen met grote organisaties en kleine ondernemers om te peilen hoe ze het volhielden. Dit intensieve contact is niet eeuwig vol te houden, maar toch probeer ik het zo veel mogelijk.”

“Soms vallen ondernemers tussen wal en schip en we doen er alles aan om deze ondernemers te helpen. Omdat het om tienduizenden steunaanvragen per week gaat is maatwerk helaas niet mogelijk. Dat is buitengewoon vervelend voor de ondernemers die het betreft. Maar ik wil daar wel eerlijk over zijn. Liever een eerlijk antwoord in plaats van de ondernemers aan het lijntje houden, want dan weten ze tenminste waar ze aan toe zijn.”

Wat zijn positieve ontwikkelingen waar u mee te maken hebt?

“Een mooi voorbeeld van snel handelen waar wij mee bezig zijn geweest is bijvoorbeeld de borgstellingsregeling voor coronakredieten. Die hebben we binnen anderhalve week na de lockdown gepubliceerd, dat is echt heel erg snel. Daarmee kregen ondernemers een hogere garantie bij de bank, waardoor ze sneller een lening konden afsluiten. Een ander goed voorbeeld is de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS-regeling) waar ondernemers in gesloten sectoren vierduizend euro konden krijgen als noodsteun, omdat ze geforceerd dicht moesten. Ook deze regeling hebben we binnen twee weken kunnen publiceren. Dit zijn mooie voorbeelden van positieve ontwikkelingen die wij als ministerie van EZK hebben kunnen uitvoeren.”

Hoe kijken mensen in Nederland naar faillissementen en hoe kijkt u daar, als jurylid van de Phoenix Award, zelf naar?

“Ja dit is een lastig onderwerp, een paar onderzoeken bevestigen toch nog dat als je in Nederland failliet gaat je wordt gezien als een ‘verliezer’. In de VS bijvoorbeeld is het gebruikelijk om te zeggen: ‘Volgende keer beter en hopelijk leer je er van.’ In Nederland is dat toch nog vaak: ‘Je had het niet eens moeten proberen’. Er is blijkbaar een soort maatschappelijk stigma op falen, ook al is dat wel aan het veranderen. Alleen weet ik niet of dat in alle delen van de samenleving wordt gevoeld.”

“De mooiste bloemen die groeien aan de rand van het ravijn, en om die bloemen te kunnen plukken neem je een risico. Dat risico is dat je in het ravijn kan vallen en het dus misgaat. Ik vind het heel erg belangrijk dat we als samenleving het zo inrichten dat mensen ook weer terug kunnen komen als het verkeerd afloopt, dat ze uit het ravijn kunnen klimmen. Maar dat betekent dat je wel een paar dingen moet regelen. Want het vervelende van een faillissement is dat je ook andere mensen meesleept, dus daar moet je aan werken als ministerie.”

Hoe ziet u de samenwerking tussen het ministerie en de BID?

“Alleen ga je sneller maar samen kom je verder. Dat geldt ook voor de samenwerking tussen het EZK en de BID. Alles wat wij doen vanuit EZK is samen met anderen. Met andere ministeries, andere overheden, andere landen, ondernemers, kennisinstellingen samen iets proberen te maken en te bouwen om zo het verschil proberen te maken.”

“Zo zien wij de BID ook, het is een mooi forum om positieve energie te bundelen en dat te versterken. Je kunt afwachten tot er dingen gaan gebeuren, maar mensen bij elkaar brengen kan dat soms versnellen.”