Tot wel 15% van de kinderen in Nederland heeft overgewicht, met grote gevolgen voor hun gezondheid, levenskwaliteit en toekomstmogelijkheden. Is dat een probleem dat door ouders moet worden opgelost, of door de overheid? Het antwoord is complexer. Om echt verschil te maken, is samenwerking nodig tussen deze partijen én een breder netwerk van publieke, maatschappelijke en private organisaties. Marjon Bachra zet zich hier in Nederland voor in met JOGG.
Met alsmaar stijgende percentages overgewicht bij kinderen groeide begin jaren 2010 binnen de Rijksoverheid het besef dat ingrijpen noodzakelijk was om deze ontwikkeling een halt toe te roepen. Bachra werd aangesteld om deze ambitie naar de praktijk te vertalen – een rol die zij nog altijd met passie en toewijding vervult.
De wetenschappelijke aanpak die in de jaren ’90 in Frankrijk werd ontwikkeld om overgewicht bij kinderen te verminderen, werd naar Nederland gehaald en aangepast aan de Nederlandse context. De methodiek laat zien dat wanneer deze minimaal acht jaar consequent wordt toegepast, het aantal kinderen met overgewicht aantoonbaar daalt. Dit effect is inmiddels herhaaldelijk bewezen.
De omgeving bepaalt de keuze
Binnen de methodiek staan samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid centraal. Een kind kan immers niet verantwoordelijk worden gehouden voor de omstandigheden waarin het opgroeit, stelt Bachra. De volwassenen rondom het kind wél. Zij zijn in staat een omgeving te creëren waarin de gezonde keuze de meest logische en makkelijke is.
Die groep ‘volwassenen’ reikt verder dan ouders of verzorgers alleen. Ook scholen, gemeenten, supermarkten en horecagelegenheden spelen hierin een rol. Pas wanneer al deze partijen samenwerken, kan een omgeving ontstaan die uitnodigt tot gezond gedrag. Er is niet één verantwoordelijke – en dus ook niet één oplossing.
JOGG biedt daarom niet alleen een methodiek aan gemeenten, maar werkt ook samen met een lokale JOGG-regisseur en beleidsmedewerkers aan de uitvoering. Zo wordt een netwerk gevormd van partijen die invloed hebben op de leefomgeving, waarna concrete afspraken worden gemaakt over rollen en verantwoordelijkheden. Vervolgens wordt dit netwerk stap voor stap uitgebreid, met als doel de gehele omgeving duurzaam te veranderen.
De aanpak startte jaren geleden in zes Nederlandse gemeenten. Daarna volgde een geleidelijke groei, waarbij werd vastgehouden aan de kernprincipes, maar ook ruimte bleef voor maatwerk – geen gemeente is immers hetzelfde. Inmiddels zijn er ruim 260 JOGG-gemeenten, goed voor driekwart van Nederland, waarin actief wordt gewerkt aan een gezondere jeugd.
Tegen de stroom in werken aan gezondheid
Hoewel Bachra aangeeft met de methodiek ‘goud in handen’ te hebben, opereert zij in een complex speelveld. De tegenstroom is de afgelopen jaren toegenomen. Zo is het aantal fastfoodrestaurants rondom scholen gegroeid, verplaatsen kinderen zich steeds vaker op elektrische fietsen en besteden zij gemiddeld zo’n zeven uur per dag online. Juist door deze ontwikkelingen blijft het cruciaal om te investeren in gezondheid. Bachra stelt zelfs dat, als JOGG niet al in 2012 was gestart, het lastig te voorspellen zou zijn hoe de jeugd er anno 2026 voor zou staan.
Een bijkomende uitdaging is dat het Nederlandse systeem grotendeels is ingericht op het financieren van ziekte, in plaats van het stimuleren van gezondheid, vertelt Bachra. Terwijl een omkering daarvan grote maatschappelijke winst zou opleveren: minder overgewicht, hogere arbeidsproductiviteit, minder ziekteverzuim en lagere zorgkosten.
Ten slotte vraagt deze aanpak om een lange adem. Resultaten zijn niet binnen een jaar zichtbaar, benadrukt Bachra. Maar met een langetermijnvisie, gecombineerd met energie, overtuiging en doorzettingsvermogen, komt verandering op gang – en is elke stap er één in de goede richting.
Blijven leren, met en van elkaar
Samenwerking staat niet alleen centraal in de JOGG-aanpak, maar ook binnen de organisatie zelf. De honderden deelnemende gemeenten vormen een lerend netwerk waarin kennis en best practices continu worden gedeeld.
Zo noemt Bachra een initiatief in Limburg: ‘De Gezonde Basisschool van de Toekomst’. Hier werd onderzocht wat het effect is van een gezonde lunch en extra beweegmomenten na schooltijd op leerlingen. De resultaten zijn veelbelovend: niet alleen daalt het overgewicht, maar — misschien nog wel belangrijker – kinderen voelen zich beter. Fysieke gezondheid hangt immers sterk samen met mentale gezondheid. Opvallend is bovendien dat kinderen deze veranderingen vaak juist omarmen, in tegenstelling tot wat volwassenen soms verwachten, lacht Bachra. Door dit soort initiatieven binnen het netwerk te delen, kunnen andere scholen en gemeenten sneller volgen.
Samenwerken is uitdagend, maar lonend
Hoewel samenwerking cruciaal is, erkent Bachra dat het tegelijkertijd een van de grootste uitdagingen vormt. Iedereen handelt immers vanuit eigen ervaringen, netwerken en vooral: belangen. Toch laat JOGG zien dat wanneer partijen elkaar weten te vinden, dit uiteindelijk loont – voor iedereen.
En dat principe reikt verder dan alleen dit vraagstuk. Het is toepasbaar op tal van maatschappelijke uitdagingen. De belangrijkste vraag die we onszelf volgens Bachra kunnen stellen is misschien wel: is wat we normaal zijn gaan vinden eigenlijk wel zo normaal? Als het antwoord ‘nee’ is, dan is het tijd om samen plannen te maken – en deze daadwerkelijk van papier tot praktijk te brengen.