BID-Magazine

Een collectief probleem vraagt om een collectieve oplossing

Marjan-JOGG-DSC06554

Tot wel 15% van de kinderen in Nederland heeft overgewicht, met grote gevolgen voor hun gezondheid, levenskwaliteit en toekomstmogelijkheden. Is dat een probleem dat door ouders moet worden opgelost, of door de overheid? Het antwoord is complexer. Om echt verschil te maken, is samenwerking nodig tussen deze partijen én een breder netwerk van publieke, maatschappelijke en private organisaties. Marjon Bachra zet zich hier in Nederland voor in met JOGG.

Met alsmaar stijgende percentages overgewicht bij kinderen groeide begin jaren 2010 binnen de Rijksoverheid het besef dat ingrijpen noodzakelijk was om deze ontwikkeling een halt toe te roepen. Bachra werd aangesteld om deze ambitie naar de praktijk te vertalen – een rol die zij nog altijd met passie en toewijding vervult.

De wetenschappelijke aanpak die in de jaren ’90 in Frankrijk werd ontwikkeld om overgewicht bij kinderen te verminderen, werd naar Nederland gehaald en aangepast aan de Nederlandse context. De methodiek laat zien dat wanneer deze minimaal acht jaar consequent wordt toegepast, het aantal kinderen met overgewicht aantoonbaar daalt. Dit effect is inmiddels herhaaldelijk bewezen.

De omgeving bepaalt de keuze
Binnen de methodiek staan samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid centraal. Een kind kan immers niet verantwoordelijk worden gehouden voor de omstandigheden waarin het opgroeit, stelt Bachra. De volwassenen rondom het kind wél. Zij zijn in staat een omgeving te creëren waarin de gezonde keuze de meest logische en makkelijke is.

Die groep ‘volwassenen’ reikt verder dan ouders of verzorgers alleen. Ook scholen, gemeenten, supermarkten en horecagelegenheden spelen hierin een rol. Pas wanneer al deze partijen samenwerken, kan een omgeving ontstaan die uitnodigt tot gezond gedrag. Er is niet één verantwoordelijke – en dus ook niet één oplossing.

JOGG biedt daarom niet alleen een methodiek aan gemeenten, maar werkt ook samen met een lokale JOGG-regisseur en beleidsmedewerkers aan de uitvoering. Zo wordt een netwerk gevormd van partijen die invloed hebben op de leefomgeving, waarna concrete afspraken worden gemaakt over rollen en verantwoordelijkheden. Vervolgens wordt dit netwerk stap voor stap uitgebreid, met als doel de gehele omgeving duurzaam te veranderen.

De aanpak startte jaren geleden in zes Nederlandse gemeenten. Daarna volgde een geleidelijke groei, waarbij werd vastgehouden aan de kernprincipes, maar ook ruimte bleef voor maatwerk – geen gemeente is immers hetzelfde. Inmiddels zijn er ruim 260 JOGG-gemeenten, goed voor driekwart van Nederland, waarin actief wordt gewerkt aan een gezondere jeugd.

Tegen de stroom in werken aan gezondheid
Hoewel Bachra aangeeft met de methodiek ‘goud in handen’ te hebben, opereert zij in een complex speelveld. De tegenstroom is de afgelopen jaren toegenomen. Zo is het aantal fastfoodrestaurants rondom scholen gegroeid, verplaatsen kinderen zich steeds vaker op elektrische fietsen en besteden zij gemiddeld zo’n zeven uur per dag online. Juist door deze ontwikkelingen blijft het cruciaal om te investeren in gezondheid. Bachra stelt zelfs dat, als JOGG niet al in 2012 was gestart, het lastig te voorspellen zou zijn hoe de jeugd er anno 2026 voor zou staan.

Een bijkomende uitdaging is dat het Nederlandse systeem grotendeels is ingericht op het financieren van ziekte, in plaats van het stimuleren van gezondheid, vertelt Bachra. Terwijl een omkering daarvan grote maatschappelijke winst zou opleveren: minder overgewicht, hogere arbeidsproductiviteit, minder ziekteverzuim en lagere zorgkosten.

Ten slotte vraagt deze aanpak om een lange adem. Resultaten zijn niet binnen een jaar zichtbaar, benadrukt Bachra. Maar met een langetermijnvisie, gecombineerd met energie, overtuiging en doorzettingsvermogen, komt verandering op gang – en is elke stap er één in de goede richting.

Blijven leren, met en van elkaar
Samenwerking staat niet alleen centraal in de JOGG-aanpak, maar ook binnen de organisatie zelf. De honderden deelnemende gemeenten vormen een lerend netwerk waarin kennis en best practices continu worden gedeeld.

Zo noemt Bachra een initiatief in Limburg: ‘De Gezonde Basisschool van de Toekomst’. Hier werd onderzocht wat het effect is van een gezonde lunch en extra beweegmomenten na schooltijd op leerlingen. De resultaten zijn veelbelovend: niet alleen daalt het overgewicht, maar — misschien nog wel belangrijker – kinderen voelen zich beter. Fysieke gezondheid hangt immers sterk samen met mentale gezondheid. Opvallend is bovendien dat kinderen deze veranderingen vaak juist omarmen, in tegenstelling tot wat volwassenen soms verwachten, lacht Bachra. Door dit soort initiatieven binnen het netwerk te delen, kunnen andere scholen en gemeenten sneller volgen.

Samenwerken is uitdagend, maar lonend
Hoewel samenwerking cruciaal is, erkent Bachra dat het tegelijkertijd een van de grootste uitdagingen vormt. Iedereen handelt immers vanuit eigen ervaringen, netwerken en vooral: belangen. Toch laat JOGG zien dat wanneer partijen elkaar weten te vinden, dit uiteindelijk loont – voor iedereen.

En dat principe reikt verder dan alleen dit vraagstuk. Het is toepasbaar op tal van maatschappelijke uitdagingen. De belangrijkste vraag die we onszelf volgens Bachra kunnen stellen is misschien wel: is wat we normaal zijn gaan vinden eigenlijk wel zo normaal? Als het antwoord ‘nee’ is, dan is het tijd om samen plannen te maken – en deze daadwerkelijk van papier tot praktijk te brengen.

Foto van BID Redactie

BID Redactie

Dit artikel is zorgvuldig samengesteld door onze redactie.

Vind ons op social media

Facebook
Twitter
LinkedIn

Andere nieuwsberichten

Andere nieuwsberichten

Vind ons op social media

Facebook
Twitter
LinkedIn

Magda Pattiiha

Leraar van het Jaar SO

Magda Pattiiha is Leraar van het Jaar 2023 voor het gespecialiseerd onderwijs. Haar speerpunt is kansengelijkheid en dat doet ze door aandacht voor het leren leren op school: leerlingen leren hun kennis te verwerken en zijn niet afhankelijk van betaalde bijlessen na schooltijd.  Ook wil ze aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling en identiteitsvorming van leerlingen: leraren krijgen handvatten om beter verbinding te maken met leerlingen en samen te kunnen werken vanuit hoge verwachtingen. “Leren lukt pas als je lekker in je vel zit”. 

Pantea Kiani

CEO PanGenix

Pantea Kiani staat symbool voor passie, doorzettingsvermogen en vastberadenheid in de gezondheidszorg. Met meer dan vijf jaar ervaring als apotheker heeft ze een diepgaand inzicht verworven in de essentie van patiëntenzorg. Voor Pantea gaat gezondheidszorg verder dan alleen medicatie; het draait om vertrouwen, geruststelling en empathie.

Haar visie heeft geleid tot de oprichting van PanGenix, een bedrijf dat zich specialiseert in farmacogenetische testen. Deze tests, die het unieke DNA van een individu onderzoeken, bieden artsen en apothekers cruciale informatie over hoe patiënten mogelijk reageren op medicijnen. Door deze kennis kunnen zorgverleners de meest effectieve medicatie en dosering kiezen, wat resulteert in verminderde bijwerkingen en verhoogde behandelingseffectiviteit.

Pantea is een fervent voorstander van het integreren van nieuwe technologieën in de gezondheidszorg. Ze ziet farmacogenetica als een sleutel tot gepersonaliseerde zorg, waardoor behandelingen nauwkeuriger en effectiever worden. PanGenix, onder haar leiding, streeft ernaar om deze geavanceerde technologie toegankelijk te maken voor iedereen, zodat elke patiënt de best mogelijke zorg krijgt.

Big Improvement Day 2024

Wilt u de meest positieve dag van het jaar bijwonen? Laat het ons weten, dan nemen wij spoedig contact met u op!

BID Nationaal Innovatiediner 2023

Wilt u het meest innovatieve diner van 2023 bijwonen? Laat uw gegevens achter, dan nemen we spoedig contact met u op!

Gregory Sedoc

Innovatieadviseur Sportinnovator

Katachtig als een jachtluipaard stoof Gregory Sedoc jarenlang over hordes, wat hem drie keer op de Olympische Spelen bracht. Wat hij op én naast de baan overwon, past qua ervaringen niet in een rugzak. De hoogste hordes vormden de uitsluiting van een jaar voor wedstrijden, de blessure op de daaropvolgende Spelen van Londen 2012 en de depressie die nadien het zwarte gat vulde. Gregory  herpakte zich en vond zijn passie op de baan terug, waarna de cirkel rond kwam. Het jongetje dat, wanneer hij de bus naar huis miste, vanaf de basisschool aan het Olympiaplein naar huis rende, eindigde zijn imposante loopbaan op het EK 2016 in het Olympisch Stadion.

Gregory was naast zijn carrière als topsporter jarenlang in dienst bij Defensie. Sinds enkele jaren is hij analist bij de NOS en werkzaam voor de politie. Met zijn Olympische ervaring én militaire discipline weet hij iedere clinic, lezing of symposium te voorzien van extra power. Gregory vertelt op inspirerende wijze zijn verhaal over talentontwikkeling, het verleggen van grenzen, het omgaan met tegenslagen en zijn ervaringen met het meten en gebruiken van data in de sport.

Constantijn van Oranje-Nassau

Special Envoy bij Techleap.nl

Constantijn van Oranje is Special Envoy bij Techleap.nl, een initiatief van de Nederlandse overheid om het Nederlandse tech ecosysteem voor ondernemers te versterken. Techleap.nl richt zich op het verbeteren van toegang tot talent, kapitaal, (nationale en internationale) markten en technologieën voor scaleups.

Constantijn was medeoprichter van StartupFest Europe, nog steeds het grootste start-up-evenement dat ooit in Nederland is georganiseerd. Voorheen was hij kabinetschef van vice-president Neelie Kroes bij de Europese Commissie. Daar was hij verantwoordelijk voor de Digitale Agenda en leidde hij het Brusselse kantoor van de RAND Corporation.

Ook is hij aanjager voor de BID Educatiegroep, Director Digital Technology & Macro Strategy bij Macro Advisory Partners in Londen en New York en Edge Fellow bij Deloitte Centre for the Edge.

Hakan Bulgurlu

CEO Arçelik

Hakan Bulgurlu is een vooraanstaand internationaal zakenman en milieubeschermer. Hij staat aan het hoofd van Arçelik, een toonaangevende wereldwijde fabrikant van huishoudelijke apparaten, waar hij sinds 2015 CEO is. Arçelik heeft een jaarlijkse omzet van vijf miljard euro, staat genoteerd aan de beurs van Istanbul en haar merken hebben prominente leiderschapsposities op wereldmarkten.


Onder zijn leiderschap heeft Hakan het bedrijf helpen groeien tot een inclusieve, duurzame en verantwoordelijke onderneming. Zijn visie heeft Arçelik veranderd in een industrieleider op de Dow Jones Sustainability Index en het bedrijf werd vijf jaar op rij opgenomen in de FTSE4Good Index. Arçelik is erin geslaagd om klimaatneutraal te worden in wereldwijde productie met eigen CO2-credits, een grote stap en een primeur in de industrie.


Om de inspanningen voor een overgang naar een koolstofarme economie te ondersteunen, sloot hij zich aan bij de High-Level Commission on Carbon Pricing van de Wereldbank. Hakan is lid van de Young Presidents Organization en een van de oprichters van Amstel Dialogues, een CEO rondetafel van Europese leiders die tot doel heeft de snelheid van Europese innovatie te verhogen.