Vernieuwing in de landbouw, de energietransitie, voldoende woningbouw en het creëren van een betaalbare, gezonde leefomgeving: het zijn vraagstukken die zich niet van vandaag op morgen laten oplossen. In een eerder interview vertelde Hans Tijl, algemeen directeur van de Provincie Flevoland, al over de unieke doe-mentaliteit waarmee de provincie vernieuwing probeert te realiseren. Maar om echt impact te maken – zeker op grotere schaal – is meer nodig. Dat vraagt om grensoverschrijdende samenwerking, nieuwe netwerken en inspiratie van buitenaf.
Volgens Tijl vraagt echte vernieuwing om ruimte voor een nieuwe generatie ideeën en spelers. “Kiezen voor vernieuwing betekent ook rammelen aan de poorten van degenen die nu de macht hebben,” vertelt hij. Het betekent bewust kiezen voor nieuwkomers die oplossingen ontwikkelen die nog niet eerder zijn bedacht. Dat brengt onvermijdelijk spanningen met zich mee. Gevestigde partijen willen hun positie immers niet zomaar opgeven, en ook de regelgeving is vaak nog ingericht op bestaande systemen.
Daarom is innovatie volgens Tijl niet alleen een technisch vraagstuk, maar ook een politiek en maatschappelijk spel dat een lange adem vraagt. In een van de boeken van Carlota Pérez leerde hij dat echte verandering niet in een paar jaar gerealiseerd kan worden, maar dat – alhoewel het steeds sneller gaat – hier zomaar enkele decennia overheen kunnen gaan. Hij raakte geïnspireerd door de manier waarop zij schrijft over de machtsstrijd tussen oude en nieuwe economische systemen en wat dit met zich meebrengt. Volgens Tijl heeft de overheid daarin een cruciale rol. “Als overheid is het belangrijk dat je de juiste keuzes maakt en ruimte geeft aan vernieuwing. Wanneer je te lang in het oude blijft hangen, gaat dat ten koste van innovatie en loop je uiteindelijk achter.”
Innovatiekracht vraagt daarnaast volgens hem niet alleen om lef om tegen de lijnen – of daarbuiten – te kleuren, maar ook om een open blik naar de wereld. Als voorbeeld noemt hij de BID Handelsmissie 2026 naar China. “We hebben daar gezien hoe snel vernieuwing kan gaan, welke innovaties ontstaan en vooral hoe daadkrachtig wordt doorgepakt op de nieuwe wereld,” aldus Tijl.
Wat hem vooral opviel, was de manier waarop China investeert in complete ecosystemen in plaats van losse producten. Bedrijven werken er volgens hem sterk complementair aan elkaar, waarbij samenwerking belangrijker lijkt dan concurrentie. “Het beeld dat China vooral kopieert is achterhaald. Ze werken strategisch aan technologische ontwikkeling. Dat het land inmiddels is uitgegroeid tot de tweede economie van de wereld, bevestigt dat,” vertelt hij.
Nederland kan daar volgens hem van leren én voordeel uit halen. Tijl noemt Flevolandse boerenbedrijven als voorbeeld. Vanuit noodzaak ontwikkelden zij een techniek waarmee onkruid mechanisch bij de wortel wordt aangepakt, waardoor bestrijdingsmiddelen onnodig worden. Zulke innovaties hebben volgens hem wereldwijd potentie, maar vragen om opschaling. “In Nederland zijn we heel goed in het ontwikkelen van innovaties: van 0 naar 1 procent. Chinese bedrijven zijn juist sterk in het opschalen van 1 naar 100 procent,” vertelt hij. “Zij hebben de capaciteit om innovaties te optimaliseren en op grote schaal naar de markt te brengen.” Hij wijst daarbij op Nederlandse aardappelzaden die inmiddels wereldwijd worden toegepast. Volgens hem is het daarom belangrijk om – zonder naïviteit, maar mét duidelijke voorwaarden – internationaal samen te werken en breder naar oplossingen te kijken.
Ook op het gebied van ketensamenwerking zag Tijl inspirerende voorbeelden. Tijdens de handelsmissie bezocht de delegatie een kleine supermarkt waar leveranciers pas betaald kregen zodra producten daadwerkelijk waren verkocht, in plaats van vooraf bij levering van de voorraad. Een model dat volgens hem mogelijk interessant kan zijn voor kleinere lokale supermarkten in Nederland, die financieel onder druk staan. “Door dit soort concepten te onderzoeken en te testen, ontdek je waarom iets wel of niet werkt. Juist daar ontstaan nieuwe oplossingen,” geeft hij aan.
Volgens Tijl zit de kracht van innovatie in het verbinden van werelden die normaal gesproken niet vanzelf samenkomen: “Inspiratie halen buiten je eigen netwerk en koppelingen maken die anders niet zouden ontstaan, is essentieel om echt impact te maken.” Dat is volgens hem ook precies de waarde van Big Improvement Day. “Het brengt bedrijven, overheden en ideeën samen die elkaar anders misschien nooit hadden gevonden. Dat geeft energie om te blijven vernieuwen. Het gedachtegoed om het evenement te verlaten met minimaal één idee, contact of actie voegt hier een extra dimensie aan toe,” benadrukt Tijl.
Uiteindelijk draait innovatie volgens Tijl allereerst om blijven doen en durven experimenteren. Een tweede voorwaarde is samenwerken, binnen én buiten Nederland. Een laatste – maar daarom niet minder belangrijke – voorwaarde is dat de overheid strategisch ruimte creëert voor nieuwe spelers en de juiste voorwaarden schept. Daarmee ontstaat een omgeving waarin zij het voortouw kunnen nemen om een nieuw systeem in te luiden.