Studenten doen ervaring op en leggen contacten met potentiële toekomstige werkgevers, terwijl bedrijven kennismaken met frisse ideeën en nieuwe manieren om vraagstukken op te lossen. Die wisselwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven is een van de belangrijkste thema’s waar Roel Beetsma, decaan van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam (UvA), zich momenteel mee bezighoudt. “Werken met en voor het bedrijfsleven is niet alleen voor studenten interessant, ook voor bedrijven en de maatschappij is het van grote toegevoegde waarde.”
De samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven krijgt bij de UvA steeds meer vorm en wordt momenteel flink opgeschaald, vertelt Beetsma. Dat kan op veel verschillende manieren. Zo kunnen bedrijven stageplekken aanbieden en invullen, kunnen er gezamenlijk projecten worden opgepakt waarin studenten een actieve bijdrage leveren, of kan een bedrijf bijvoorbeeld een promovendus sponsoren. Maar de samenwerking kan ook grootschaliger worden aangepakt. Zo werkt de UvA samen met Nationale-Nederlanden en a.s.r. binnen grote onderzoekscentra, onder meer op het gebied van levensverwachting en de factoren die risico en impact bepalen. Dat zijn mooie voorbeelden van grote namen, vertelt Beetsma, maar ook kleinere bedrijven zijn volgens hem interessant. “Het MKB is de groeimotor van de economie.”
Van vraagstuk naar prototype
Het AI4Business Lab van de UvA is een van de voorbeelden waarin de samenwerking tussen studenten en het bedrijfsleven in de praktijk wordt gebracht. Bedrijven kunnen hier vraagstukken op het gebied van AI, big data en business analytics uit de praktijk – zogenoemde challenges – indienen, waarmee studenten vervolgens aan de slag gaan.
Bachelor- en Master-studenten werken in kleine groepen aan deze vraagstukken en ontwikkelen gedurende twaalf weken een mogelijke oplossing in de vorm van een prototype. Daarmee leveren zij een eerste waardevolle aanzet voor daadwerkelijke implementatie.
“We zien steeds meer interesse in de samenwerking met studenten. Bedrijven willen in contact komen met jonge mensen met frisse ideeën. En studenten willen maar al te graag aan de slag met echte voorbeelden in plaats van alleen theoretische kennis op te doen. Daar leren ze enorm veel van”, vertelt Beetsma. “Met onderwijs investeren we in de ondernemers van morgen en dit soort praktijkinitiatieven stimuleren en versnellen dit: daar vindt echte innovatie plaats.”
Inmiddels heeft het AI4Business Lab zijn kracht bewezen. Zo zijn er projecten uitgevoerd voor onder andere FrieslandCampina, waar werd gewerkt aan een model voor kredietlimieten, en voor NEMO, waar studenten zich richtten op een optimale prognose van bezoekersaantallen en de inzet van medewerkers. Ook KLM Cargo werkte samen met het Lab. “Uiteindelijk lopen alle bedrijven die opschalen tegen een data challenge aan. Voor relatief kleine bedrijven zijn taken immers nog wel handmatig te verwerken, maar naarmate een organisatie groeit, wordt het te complex en tijdrovend. De inzet van technologie en specifiek AI is dan onontkoombaar.”
Na een start met twaalf projecten in het eerste jaar groeide het Lab naar 32 projecten in het tweede jaar. Het afgelopen jaar werd dit aantal nog eens verdubbeld. De positieve reacties vanuit het bedrijfsleven zorgen ervoor dat de ambitie verder reikt: uiteindelijk is het doel om het aantal projecten door te laten groeien naar 200 per jaar, vertelt Beetsma. Om dat mogelijk te maken wordt gewerkt aan de verdere professionalisering van het programma, het in kaart brengen en uitbreiden van samenwerkingsmogelijkheden, het vergroten van het netwerk en het opschalen van het programma, waaraan de beste studenten van alle studierichtingen kunnen deelnemen.
Van idee tot schaal
Ook wordt gekeken naar aanvullende stappen die kunnen worden gezet, onder meer in samenwerking met Big Improvement Day en Blue Field Agency. Een prototype dat binnen het AI4Business Lab wordt ontwikkeld, vraagt immers vaak om opvolging, verdere ontwikkeling en aanvullende middelen. “Vaak volgt er een groter project op het prototype”, vertelt Beetsma. “Waar het idee afkomstig is van studenten, willen we een model ontwikkelen waardoor zij het ook volledig kunnen realiseren en in de praktijk kunnen brengen – los van hun studie, maar met begeleiding van de UvA.”
Na het vertalen van een veelbelovend studentenidee naar een daadwerkelijke toepassing, reikt de ambitie nog verder met als derde stap het opschalen van succesvolle implementaties. Sommige modellen zijn namelijk niet alleen relevant voor één specifiek bedrijf, maar kunnen breder worden ingezet, ziet Beetsma. Zo kunnen ze bijvoorbeeld worden uitgerold bij meerdere bedrijven of instellingen, of een oplossing bieden voor een maatschappelijk vraagstuk.
Beetsma noemt een project waarbij een student een AI-tool ontwikkelde voor de afhandeling van bezwaarschriften bij de gemeente Amsterdam als voorbeeld. “Deze tool wordt inmiddels succesvol ingezet binnen de gemeente, maar is ook kansrijk en waardevol voor andere organisaties.” Zo ontstaat een drietrap van idee naar implementatie en uiteindelijk naar schaal.